Spring naar content

Christus/Messias (Masieh)
Het Griekse woord ‘Christus’ en het Hebreeuwse woord ‘Messias’ betekenen beide: ‘de gezalfde’. Het werd algemeen gebruikt in het Oude Testament (Tauraat, Zaboer, etc.) voor een koning die door een profeet gezalfd was als teken dat God hem had uitgekozen. In het bijzonder verwachtte het volk Israël de Gezalfde die God beloofd had te zenden om hen te redden. Hij zou het koninkrijk van God herstellen op aarde. Het evangelie (de Indjiel) laat zien dat Jezus de beloofde Redder, de Gezalfde is.

Discipel
Leerling en volgeling van Jezus.

Farizeeën
Leden van een joodse religieuze partij.

Heilige Geest
De Geest van God. Door Hem spreekt en werkt God in mensen. De belofte van Jezus is dat God op deze manier een relatie met mensen wil hebben.

Jezus (Isa)
Een vorm van de Hebreeuwse naam ‘Jozua’ die betekent ‘De Heer (God) redt’.

Koninkrijk van God
De koninklijke heerschappij en soevereiniteit van God. Deze wordt werkelijkheid op aarde wanneer mensen op God vertrouwen en zijn soevereiniteit erkennen door gehoorzame onderwerping aan Gods wil. Na het eindoordeel zullen allen die zich aan God hebben overgegeven, in dit koninkrijk voor eeuwig in vrede met Hem leven.

Mensenzoon
Een titel die Jezus voor zichzelf gebruikte. De komst van de Zoon des mensen was beloofd door de profeten van het Oude Testament. De naam verwijst vooral naar de glorie van Jezus die gedemonstreerd wordt door zijn lijden, dood en opstanding. De Mensenzoon is de middelaar tussen hemel en aarde, die door God gezonden wordt om te oordelen en de wereld te regeren aan het einde van de tijd.

Pinksterfeest en Paasfeest
Het paasfeest is een feest van twee weken, in het begin van het voorjaar, waarbij het volk Israël hun bevrijding uit de slavernij van Egypte viert. De bevrijding die in de tijd van Mozes plaatsvond. Ze vernieuwen dan het verbond met God dat in de tijd van Mozes gesloten werd. De joden werden geacht om naar Jeruzalem te gaan om dit feest te vieren. Rond dit feest werd Jezus gekruisigd en stond Hij op uit de dood. Vijftig dagen later wordt het Pinksterfeest gevierd. Een feest waarop God werd gedankt voor de eerste vruchten van de oogst. Tijdens dit feest zond God, nadat Jezus naar de hemel was gegaan, de Heilige Geest naar de volgelingen van Jezus.

Priesters
Afstammelingen van de priester Aäron (Haroen), de broer van Mozes. Ze waren verantwoordelijk voor het offeren en de andere handelingen in de tempel* te Jeruzalem.

Sabbat
De zevende dag van de week. Volgens de wet van Mozes (Tauraat) werd deze dag als een rustdag gehouden, waarop geen werk werd gedaan. De sabbat is van zonsondergang op vrijdagavond tot zonsondergang op zaterdagavond.

Sadduceeën
Een joodse religieuze partij die niet geloofden in de opstanding en een leven na de dood. Ze stonden in oppositie tegenover de Farizeeën, die wel geloofden in de opstanding.

Synagoge
Plaats van aanbidding van God en onderwijs van de boeken van God. Iedere joodse stad of gemeenschap heeft een synagoge.

Tabernakel
Zie tempel

Tempel
De centrale plaats van aanbidding en het brengen van offers voor het volk Israël. De eerste tempel werd gebouwd door koning Salomo te Jeruzalem. In de tijd ervoor was de plaats van aanbidding en het brengen van offers in een tent, de tabernakel genoemd; die door Mozes was gebouwd. Na de eerste verwoesting werd de tempel herbouwd. Na de laatste verwoesting is de tempel niet meer herbouwd. De tempel was de enige plaats van aanbidding voor het joodse volk waar geofferd werd.

Verbond
Een overeenkomst tussen twee personen of een overeenkomst tussen God en een persoon of een gemeenschap. God maakte een verbond met Noach, Abraham, Mozes en via hen met hun nageslacht. Jezus verwees naar zijn eigen dood en opstanding als de instelling van een nieuw verbond met God.

Zoon van God
In de bijbel betekent de uitdrukking ‘zoon van’ iemand die tot een groep behoort of een bepaald karakter heeft, zoals bijvoorbeeld ‘zoon van vrede’ en ‘zonen van de profeten’. ‘zoon van God’ wordt gebruikt om aan te duiden wie bij God behoort. In het Oude Testament wordt het gebruikt voor engelen, koningen en het volk Israël als geheel. Het gaat daarbij niet om zonen in de letterlijke zin van het woord, want God is geen mens. Israël of koningen van Israël worden kinderen van God genoemd omdat God hen geschapen had en hen op bijzondere wijze leidde en verloste. Daarom behoorde Israël in haar gedrag Gods karakter te weerspiegelen, als kinderen van een vader. Jezus, de beloofde koning en verlosser, wordt de Zoon van God genoemd omdat Hij op unieke wijze de kenmerken heeft getoond van hen die bij God horen. Hij openbaart in zijn eigen wezen en karakter God zelf.

 

Scroll naar boven