Spring naar content

Wat God je geeft, is nooit bedoeld om alleen voor jezelf te houden

Publicatiedatum: 28 juni 2024

Gera is als kinderwerkster actief in de Arabisch-Nederlandse missionaire wijkgemeente Daar al Amal te Zeist. Vrijwel iedere zondag verzorgt ze het programma voor de kinderen. Het is voor haar het hoogtepunt van de week geworden.

“Ik vind het zelf nog steeds leuk om samen met de kinderen bezig te zijn met spel en knutselen. Kinderen boeien mij enorm. Ik studeerde Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD), maar tijdens mijn stage bij de kinderbescherming merkte ik hoe sterk kinderen en de situatie waarin ze opgroeien mijn hart hadden. Na mijn studie vond ik werk als gezinscoach bij het Leger des Heils.

Tijdens de cursus ‘Child at risk’ van Jeugd met een Opdracht ontdekte ik hoe belangrijk het is dat kinderen het evangelie horen. De grote meerderheid van alle volwassen gelovigen is in Jezus gaan geloven vóór het twaalfde levensjaar. Wat je meekrijgt op jonge leeftijd is heel bepalend voor je verdere leven. Daarom ben ik heel erg gemotiveerd om juist aan kinderen het evangelie door te geven.”

Ben ik hier wel geschikt voor?

“Eerst dacht ik dat ik niet goed genoeg was om kinderen over Jezus te vertellen, maar na mijn doop ging ik daar anders over denken. Ik besefte dat wat God mij gaf niet bedoeld was om alleen voor mijzelf te houden. Dat gaf Hij mij ook om te delen met anderen, met kinderen. Ik begon te zien dat het niet alleen om mijzelf gaat, maar om Gods koninkrijk. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk is om kinderwerk te doen, zeker ook niet in een pioniersplek met mensen uit een heel andere cultuur. Ik voelde me in het begin heel ongemakkelijk omdat ik hun taal niet sprak en zij mijn taal niet heel goed kenden. Ik voelde me bekeken door ouders en andere gemeenteleden en twijfelde of ik het goed deed. Ik moest leren omgaan met een veel meer indirecte manier van communiceren dan ik gewend was. Maar na een tijdje merkte ik dat de Arabische gelovigen het heel erg waardeerden dat ik aandacht gaf aan hun kinderen en hen over Jezus leerde. De meesten van hen stellen geen hoge eisen zoals soms in een gewone Nederlandse gemeente het geval is, maar waarderen al heel snel wat je doet en spreken dat ook iedere keer weer uit. Nu is het zondagse programma met de kinderen voor mij het hoogtepunt van de week.”

Moeilijker en makkelijker

“De verschillen met kinderwerk in een gewone gemeente zijn wel groot. Je moet heel flexibel zijn. De ene keer is er maar één kind, een volgende keer een hele groep. Ook leeftijden wisselen sterk en er zijn grote verschillen met wat kinderen al weten van de Bijbel. Sommige kinderen hebben ouders die hen veel vertellen uit de Bijbel, andere kinderen hebben ouders die nog moslim zijn en vrijwel niets weten. Als ik merk dat een kind al veel weet, betrek ik het kind bij mijn verhaal. Ik kijk of het kind het verhaal dat ik begin te vertellen af kan maken en een goede persoonlijke toepassing kan maken.

Soms is het maken van een toepassing lastig, omdat kinderen vreselijke dingen hebben meegemaakt. Toen ik het verhaal van de verloren zoon uit Lukas 15 vertelde en wilde benadrukken dat God ons als een vader onvoorwaardelijk liefheeft, vertelde een kind dat haar vader het gezin had verlaten en in een ander land woonde. Andere dingen zijn juist makkelijker over te dragen aan migrantenkinderen. Nederlandse kinderen wordt vanaf heel jonge leeftijd geleerd om onafhankelijk en kritisch te zijn. Oosterse kinderen wordt juist geleerd om respect te hebben voor ouderen en voor de leider van hun gemeenschap, de president of koning. Aan hen kun je makkelijker uitleggen dat we Jezus met alles in ons moeten eren en gehoorzamen omdat Hij de hoogste koning is.

Werkpakket Wereldnieuws

“Ik gebruik als methode het werkpakket Wereldnieuws dat Evangelie & Moslims samen met Gave heeft ontwikkeld. Door de achtergrondinformatie die daarin staat, begrijp ik de context van de kinderen beter. Het is fijn dat het pakket je een verhaallijn biedt met suggesties voor vragen voor het gesprek met de kinderen en kant en klare werkjes bij ieder verhaal. Zonder dat zou het mij niet goed lukken om iedere zondag een programma voor te bereiden. Ik moet het namelijk op dit moment alleen doen, omdat we maar een kleine gemeenschap zijn met veel taken die moeten worden verdeeld. Over een aantal maanden heb ik alle verhalen uit Wereldnieuws gehad en zal ik op zoek moeten naar een ander pakket met nieuwe verhalen. Ik wil de komende tijd aandacht geven aan de betekenis van het persoonlijke gebed. Ik merk dat zowel kinderen van orthodox-christelijke achtergrond als van moslimachtergrond dat eigenlijk niet kennen, terwijl het zo belangrijk is.”

Contact met ouders

“Ik merk dat het kinderwerk bij een pioniersplek heel belangrijk is. Als kinderen het heel fijn vinden bij het kinderwerk, motiveren ze ook de ouders om regelmatig te komen. Het was vanaf het begin voor mij een belangrijke vraag: hoe maak ik verbinding met de moeders. Ik probeer ook met hen een band op te bouwen, maar dan loop je wel tegen de beperking aan van de taal. We verstaan elkaar niet zo goed. Ik ben altijd heel nieuwsgierig naar de thuissituatie. Soms klagen de ouders over hun kinderen vanwege gedragsproblemen. Ik probeer dan ook de waarde van de kinderen in Gods ogen te benoemen.

Ik merk dat er in de oosterse cultuur minder waardering is voor het werken met kinderen. Dat wordt net als praktische zaken van schoonmaak en werk in de keuken laag gewaardeerd in vergelijking met andere taken in de kerk. Ze nemen hun kinderen overal mee naar toe, maar soms is er niet zoveel besef dat kind-zijn een aparte fase is in onze ontwikkeling en dat het daarom belangrijk is dat ouders met hun kinderen spelen op het niveau van het kind. Ik merk dat veel kinderen erg houden van aandacht voor hen bij de dingen die in hun belevingswereld spelen.

Aan het einde van de kerkdienst ga ik met de kinderen weer terug naar de hoofddienst. Ik werk er naar toe dat de kinderen dan in staat zijn en het aandurven om de kern van de geloofsinhoud van wat we geleerd hebben uit de Bijbel, met eigen woorden uit te leggen. Het vraagt wel veel stimulatie, maar ik vind het belangrijk. Ik hoop dat dit hun ouders motiveert om ook werk te maken van het geloofsgesprek met de kinderen en het samen Bijbel lezen.”

Je geeft wat je kunt

Het gesprek met Gera vindt plaats tijdens de Rabita-conferentie van Evangelie & Moslims, waar Gera meehelpt bij het kinderprogramma van de kinderen van 4-7 jaar. De uitdaging is voor Gera hetzelfde: “Het aantal kinderen is hier groter, maar voor mijn gevoel is er ook veel hetzelfde. Net als bij Daar al Amal weet je niet hoe lang je met kinderen kunt optrekken, of ze een volgende keer weer komen. Maar ik denk dan: het draait niet om mij en om mijn programma. Het gaat om Gods koninkrijk. Je geeft wat je kunt aan geestelijk voedsel en je vertrouwt op God dat Hij daar iets mee doet. Ik zie het als vervulling van Bijbelse profetieën dat mensen van verschillende culturen bij elkaar komen rond Jezus.”

Gera wil gemeenteleden van Nederlandse kerken graag aanmoedigen om mee te helpen bij pioniersplekken: “Veel gemeenteleden beseffen niet dat ze daar mensen uit hun straat kunnen ontmoeten die belangstelling hebben voor het evangelie. Ze weten ook niet hoezeer de Arabische gelovigen naar contact met hen verlangen. Natuurlijk hoor je dan allerlei verhalen en besef je dat deze mensen een heel ander leven hebben gehad dan wij. Ze hebben soms traumatische dingen meegemaakt. Maar nu zijn ze hier en willen ze samen met ons verder. In het begin voel je je soms ongemakkelijk en moet je wennen aan andere manieren van omgaan met elkaar. Bijvoorbeeld in de verhouding man-vrouw en de meer indirecte manier van communiceren. Maar na een tijdje gaat het ongemakkelijke gevoel weg. Dan leer je elkaar kennen en voel je je geen vreemde meer.

Natuurlijk kun je in dit werk ontmoedigd raken, omdat niet alles gaat zoals je hoopt. Als ik ontmoedigd ben, vraag ik God om mij weer te bemoedigen. Je mag daar om vragen. Ik merk dat ik daardoor dichter bij Hem kom, waardoor ik God beter leer kennen.”

Daar al Amal is ruim zeven jaar geleden gestart als pioniersplek onder begeleiding van Evangelie & Moslims en is nu als missionaire wijkgemeente verbonden met de Protestantse gemeente en de Evangeliegemeente Zeist. https://daaralamalzeist.nl

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Orientatie (nummer 155, juni 2024)

Lees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar gratis thuis te ontvangen.

Vrijwilligerswerk iets voor jou?

Rabita kinderwerk
Scroll naar boven