Samen met Arabische gelovigen één gemeenschap
Ds. Albert Veerman werd in 2022 bevestigd als predikant van de Emmaüskerk (NGK) in Bergen op Zoom. Al snel ontdekte hij dat er kansen waren voor de gemeente om een verbinding te maken met de vele migranten in de stad. Hij zag dat als een geschenk van God dat hij met beide handen aannam.
Hoe is het missionaire werk onder Arabischtaligen ontstaan?
Veerman: Toen ik hier in 2022 kwam, ontdekte ik al snel dat er een groep Arabische evangelisten was die hier regelmatig in Bergen op Zoom kwam evangeliseren. Sarmad al-Anbary, een Arabische evangelist uit Goes had aan de kerken gevraagd of hij ergens ruimte kon krijgen om Bijbelstudie te doen, tweemaal per maand op een zaterdagavond in ons kerkgebouw. Hij had ook georganiseerd dat er op koningsdag op straat geëvangeliseerd zou worden. Daarvoor kwam hij met een aantal Arabische evangelisten uit Europa en Egypte. Daar waren twee mensen uit onze gemeente bij betrokken. We hadden in die week van koningsdag een lunch met die evangelisten. Daar zat ik ook bij en zo maakten we kennis met elkaar. De evangelisten vertelden dat ze op zoek waren naar een gemeente die niet naast zichzelf iets voor Arabische mensen wilde oprichten, maar met Arabische gelovigen één gemeenschap wilde vormen. Het idee sprak mij geweldig aan. Dat had ook met mijn vorige gemeente in Zeist te maken. Daar had ik gemerkt dat het heel moeilijk is voor een Arabische samenkomst om aansluiting met de kerk te krijgen.’

Toen ben ik naar de kerkenraad gegaan en heb ik gevraagd: kunnen wij een aantal diensten gezamenlijk houden waarbij we Arabische mensen uitnodigen en de diensten tweetalig maken? Die ruimte kreeg ik en zo is het Arabische missionaire werk in onze gemeente geboren. Iedere maand hebben we een Arabisch-Nederlandse middagdienst.

Het verlangen van de Arabieren was om samen één gemeenschap te vormen. Lukt dat ook ?
Het gezamenlijke karakter zit erin dat het voor de Nederlandse gemeenteleden ook echt hún middagdienst blijft. Ze wilden graag dat de middagdienst in stand bleef en nu komen er zelfs nog meer mensen naar de dienst dan voorheen. Meestal is de verhouding 50-50, de helft gemeenteleden, de helft mensen met een andere achtergrond. Het is niet allemaal Arabisch. In de laatste dienst zaten er een heleboel mensen uit Pakistan bij. Het is per dienst altijd een beetje zoeken in welke talen je het moet vertalen. Een Pakistaans christelijk gezin zit zelf in het AZC en is heel actief om het evangelie te verspreiden. Ze nodigen iedereen die maar wil uit om mee te komen naar de kerk. Dat is prachtig, al hadden we wel een vervoersprobleem, want hun AZC staat in Putte, terwijl we ook bezoekers uit het AZC Tholen hebben. Het bijzondere is dat er regelmatig nieuwe mensen komen die vervolgens blijven hangen.
Er komen regelmatig nieuwe mensen die vervolgens blijven hangen.
Er worden jullie dus dingen gegeven?
Ja, het is niet zo dat ik hier kwam en zei: er moet nu iets voor de Arabische mensen gebeuren. Nee, de Arabische groep liep bij ons naar binnen en wilde met ons verder. Dat hebben we omarmd. Zonder zo’n initiatief van anderen is het eigenlijk volstrekt onmogelijk om als gemeente met zoiets te starten. Je moet ergens een ingang hebben. We hadden ons natuurlijk ook op andere migrantengroepen kunnen richten, maar het Arabische werk had vanuit mijn vorige gemeente mijn hart. Toen ik tijdens die lunch die vraag kreeg, had ik zoiets van: ‘hoe dan ook, dit gaan we doen!’ Daar was de klik. Vanuit mijn vorige gemeente was er steun gegeven aan de kerk van Bergen op Zoom om mijn aanstelling mogelijk te maken en het idee was dat ik een deel van mijn tijd missionair actief zou zijn. Ik zag het als een geschenk van God dat dit op onze weg kwam en ik wilde er graag in investeren.
Hoe organiseren jullie de Nederland-Arabische diensten? Is alles tweetalig?
Ik kom met een voorstel voor een liturgie en maak een preek. Sarmad vertaalt de preek en vult de liturgie aan. Over het algemeen beginnen we met het Onze Vader in het Arabisch. Dan volgt het votum en groet tweetalig en daarna wisselen we af met Nederlandse, Arabische en soms Farsi liederen. De preek spreek ik uit in het Nederlands en Sarmad vertaalt vanaf het podium. De Nederlandse HSV Bijbeltekst staat naast het Arabisch op de PowerPoint, maar we lezen alleen het Arabisch voor. Azhar, de vrouw van Sarmad, vertaalt in een hoek van de kerk de verschillende onderdelen van de preek in het Farsi.

Een criticus zou kunnen vragen: Waarom doe je zoveel moeite? Er zijn toch voldoende apps waarmee mensen zelf kunnen vertalen als dat nodig is en ze moeten toch ook integreren?
Ik denk dat de moeite die we doen de weg effent voor mensen om naar de kerk te komen. We hebben nu vier keer een doop gehad. Alle vier dopelingen gaven in hun getuigenis aan hoe deze aparte dienst hen raakte en hoe ze er rust ervoeren. Dat bracht een geestelijk proces op gang. Dat is wat je als een refrein hoort terugkomen. Ik denk dat het feit dat we ons zo druk maken om hen in hun eigen taal en cultuur te ontmoeten een brug vormt en de stap naar het christelijke geloof makkelijker maakt. Nabil, die de liederen op zijn luit begeleidt, heeft altijd een christelijke geloofsovertuiging gehad, maar ook hij zegt: Ik vind het heel warm om hier te zijn. De spannende vraag is: hoe zorg je nu dat de Nederlandse mensen niet vervreemden van dit geheel? Het antwoord is dat we moeten zorgen dat, nu de mensen van andere achtergronden ook in de gewone diensten beginnen te komen, we het accent niet teveel veranderen. Ik vertaal wel wat op papier en geef hen dat aan het begin van de dienst, maar er wordt tijdens de dienst niets vanaf het podium vertaald, dat doen we alleen bij de speciale middagdiensten. Dus ik zit hier thuis op zondagmorgen m’n preek door de Google-vertaalmachine te halen en lever hem in het Arabisch, Perzisch en Swahili als pdf voor wie dat nodig heeft. Dat gaat in een paar minuten. Ik kan niet zeggen dat het een betrouwbare vertaling is, maar het moet helpen. Een Iraanse man die gedoopt is, komt ieder zondagochtend, ook al kan hij nog niet alles volgen. Hij vindt het zo fijn om in de dienst te zijn.
Alle vier dopelingen gaven aan hoe deze aparte dienst hen raakte.
We proberen de mensen die we in de speciale diensten leren kennen ook voor de ochtenddiensten uit te nodigen, als dat qua vervoer lukt. We nodigen degenen die gedoopt zijn in ieder geval uit voor de avondmaalsdiensten op zondagochtend. Twee keer per jaar houden we een tweede avondmaalsdienst tijdens de aangepaste middagdienst. De Nederlandse gemeenteleden die daarbij zijn, hebben ’s ochtends al een avondmaalsdienst gehad, maar vinden het niet ingewikkeld om nog een keer deel te nemen omwille van de Arabische broers en zussen. Dan zie je iets moois gebeuren.
Vorige week zondag hadden we een doopdienst waarbij twee mensen van andere achtergrond werden gedoopt. Dat doen we dan wel in de ochtenddienst zodat zoveel mogelijk gemeenteleden erbij zijn. In deze doopdiensten wordt er wel vertaald vanaf het podium. Deze keer niet alleen in het Arabisch, maar ook in het Farsi omdat er een Iraanse vrouw werd gedoopt. Met een dubbele vertaling kun je begrijpen dat je de preek kort moet houden.
Wat is jouw rol als predikant in verhouding tot de Arabische evangelist?
Tot nu toe heb ik de preek gemaakt en ben ik eigenlijk degene die de dienst leidt. Sarmad vertaalt. Ik heb echter met hem overlegd of hij ook niet af en toe kan preken. Maar dat doet hij natuurlijk in het Arabisch en dan moet hij een vertaler meenemen. Ik wil hem dus graag een iets grotere rol geven. Huisbezoeken en catechisaties doen Sarmad en ik samen. De Bijbelstudies voor dopelingen en belangstellenden die we doordeweeks in Tholen dichtbij het AZC doen liggen helemaal op zijn bord, ik schuif alleen af en toe aan als gast.
Het AZC in Tholen is echter onlangs gesloten. In juli wordt er een AZC in Bergen op Zoom geopend. Dan willen we de Bijbelstudies houden in inloophuis Het Lichtpunt in het centrum van Bergen op Zoom, dat wordt gerund door christenen uit verschillende kerken in Bergen op Zoom en Tholen. Zij hebben al eenmaal per maand een Arabische vrouwengroep waar wij ook bij betrokken zijn.
Is de betrokkenheid van de gemeente gegroeid na ruim twee jaar samenkomsten?
We hebben pas een kleine enquête gehouden om te kijken hoe het werk wordt gedragen in de gemeente. Dan zie je dat de mensen zeggen: hier gebeurt iets! Er wordt positief op gereageerd, maar er is ook wel zorg: hoe houden we dit vol? Die zorg zit op twee dingen. Het eerste is de organisatie rond de maaltijden. Dat is toch een hele berg werk. We hebben iedere maand na afloop van de dienst een maaltijd, waarbij we mensen vragen iets mee te nemen. Dat moet georganiseerd worden en na afloop moet alles weer opgeruimd worden. Dat vraagt van de gemeenteleden extra inspanning. Het tweede is het ophalen van mensen. Dat ophalen kost dus heel wat tijd en moet je allemaal regelen. Dat vindt men wel ingewikkeld. Een enkeling zegt dan: waar zijn we hier mee bezig. Maar in het algemeen kun je zeggen dat het missionaire werk gedragen wordt door de gemeente.
Wat de Nederlandse gemeenteleden als een minpunt zien is dat men tijdens de maaltijd moeilijk integreert vanwege de taal. Iedere taalgroep gaat bij elkaar zitten. Om daar dan als Nederlander tussenin te gaan zitten vindt men lastig. De Arabieren ervaren dat minder als probleem. We horen juist dat zij het gevoel hebben omarmd te worden door de gastvrijheid. Ze voelen zich heel welkom. Op een andere manier is de maaltijd ook een mooi moment, want na de maaltijd pakt Nabil vaak zijn luit en gaat dan spelen. Iemand van onze gemeente begeleidt hem dan op een drum en dan wordt er gezongen. Dat is buitengewoon gezellig. In de zomer stonden een keer de deuren wijd open tijdens dat moment en toen kwamen er Arabische mensen uit de buurt op af om te kijken wat er hier toch aan de hand was.
Een doopdienst met een getuigenis doet wel wat in de gemeente?
Jazeker. Ze vinden het wel een heel gedoe met zo’n bad in de kerk, de koster moet om zes uur uit z’n bed om het te vullen, maar tegelijk vinden ze het heel mooi en dat is het ook. Bijzonder was hoe een Iraanse man die in onze gemeente kwam, bevrijd is van boze geesten. Hij getuigde daarvan tijdens zijn doop. Hij werd lastig gevallen door boze geesten en had aan Azhar en mij gevraagd om met hem te bidden. Toen we dat met hem deden, ging hij helemaal te keer en liet de boze geest hem bonken met zijn hoofd en schreeuwen. Maar we bleven bidden en de boze geest ging weg. En hij bleef weg daarna, zo vertelde de man tijdens de doopdienst.
Jullie zijn als gemeente niet zo groot, zo’n 130 leden, hoe kun je dat op de langere termijn volhouden?
Ik denk zelf dat er een paar hele mooie kansen in zitten. Een aantal gemeenteleden vindt de middagdiensten belangrijk om te blijven houden, maar wil wel ruimte geven aan de Arabische gemeenschap. We zouden dus meer zondagmiddagen samen kunnen organiseren met de Arabische groep. Daarnaast werken we nauw samen met een team van evangeliegemeente De Schuilplaats. Eén van hen heeft een Marokkaanse achtergrond. Misschien kunnen we op die manier verbinding maken met de grote Marokkaanse gemeenschap hier in Bergen op Zoom. Het bereiken van die gemeenschap is veel moeilijker dan het bereiken van asielzoekers. Het antwoord van de Marokkaanse moskee op onze activiteiten was dat ze het jaar erna ook met een standje stonden tijdens Koningsdag. Hopelijk is er straks ook vanuit het nieuwe AZC belangstelling voor onze activiteiten.
Het is onvoorstelbaar hoeveel honger er is naar het evangelie.
Eind dit jaar ga ik met emeritaat, maar ik hoop met dit missionaire werk door te kunnen gaan. Ik zie zoveel zegen. Het is onvoorstelbaar hoeveel honger er is naar het evangelie. Ik merk dat bij het dooponderwijs. Ik gebruik steeds hetzelfde boekje, maar hun vragen zijn steeds weer anders, heel persoonlijk. Dat is bijzonder.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Orientatie (nummer 162, maart 2026)
Auteur: Cees Rentier.Lees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar thuis te ontvangen.