Spring naar content

Omzien naar Afghaanse christenen

Publicatiedatum: 8 januari 2026

Sina en Marieke, een Afghaans-Nederlands echtpaar en ouders van drie kinderen kwamen in 2023 in Nederland wonen. Sindsdien zijn ze actief om geestelijke toerusting te bieden onder Afghanen in Nederland. Ze belegden al verschillende conferenties voor de groeiende groep Afghaanse gelovigen. Wat beweegt hen om zich in te zetten voor Afghanen en hoe kunnen anderen daarbij helpen?

Net als veel Afghanen vluchtte Sina als jonge jongen van Afghanistan naar Iran. Daar groeide hij op als toegewijde moslim. Hij bezocht trouw de moskee en vastte en bad op gezette tijden. Jaren later vluchtte hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Turkije en vandaar naar Griekenland. Daar kreeg hij van een evangelist een Bijbel. Toen hij die begon te lezen, ging zijn vrouw samen met de kinderen bij hem weg. Sina zelf kwam na een lange geestelijke strijd tot geloof in Christus. Zijn twee kinderen kwamen later bij hem terug, maar zijn vrouw trouwde met een ander. Samen met andere Afghaanse en Iraanse christenen en met westerse hulpverleners zette Sina zich in om vluchtelingen te helpen in Griekenland en om daarbij het evangelie uit te dragen. Bij dit werk leerde hij de Nederlandse Marieke kennen die na haar studie Perzische taal en cultuur daar was gaan werken. Ze trouwden en kort voor de geboorte van hun zoon kwamen ze naar Nederland.

Sina, net als voor veel Afghanen is Nederland voor jou het vierde land waar je een nieuw bestaan moet opbouwen. Hoe gaat dat?

Als je steeds op andere plekken weer je leven moet opbouwen, kom je wel tot de conclusie dat deze wereld niet je thuis is. We zijn blij dat God ons wil gebruiken, waar we ook wonen. Nederland heeft zijn goede dingen en ook zijn moeilijke kanten. Het systeem van wet en regelgeving werkt, er is hier veiligheid voor iedereen. De cultuur is echt anders dan mijn eigen cultuur, de mensen zijn heel direct. En Nederlanders hebben hun eigen leven dat zich afspeelt tussen werk en privé. Dat is lastig, je komt er niet zomaar tussen.

Sina

“We zijn blij dat God ons wil gebruiken, waar we ook wonen.”

Marieke, je spreekt goed Perzisch. Hoe raakte je geïnteresseerd in die taal en cultuur?

Van kinds af aan had ik een hart voor het buitenland en andere culturen. Na de middelbare school ging ik een half jaar naar Afrika en daarna wilde ik terug om daar te leven en dienen. Ik begon aan de opleiding voor verpleegkunde maar dat bleek niet bij me te passen. Ik vroeg me af: wat wil God met mijn leven? Ik was tijdens mijn studie begonnen met bezoekwerk bij een AZC. Zo ontmoette ik steeds vaker Farsi sprekenden. Ik deed een jaar Bijbelschool en daar werd ik bemoedigd om te doen wat echt op mijn hart lag. Dat was: Farsi leren! Ik had geen flauw idee wat ik daar later mee moest doen maar ik dacht: we gaan het zien, God heeft ongetwijfeld een plan. Ik studeerde Midden-Oosten studies in Leiden met als hoofdvak Perzische taal en cultuur.

Farsi en Dari behoren tot dezelfde taalfamilie. Kan jij Dari-sprekers ook begrijpen?

Marieke: ik begrijp Dari vaak wel, tenzij het een zwaar dialect is, maar ik spreek het niet zoveel.

Sina: Ik ben grotendeels in Iran opgegroeid en heb vanaf mijn achtste vooral Farsi gesproken. Dari moest ik me in Griekenland weer goed eigen maken. Daar accepteerden de Afghanen me niet als Afghaan tenzij ik Dari sprak.

Jullie verlangen is om iets te betekenen voor de Afghanen in Nederland. Kunnen jullie daar iets over vertellen? 

Onze visie en ons doel is dat Afghanen hier in hun geloof groeien, en dat er uiteindelijk in elke Nederlandse provincie een Afghaanse christelijke leider is die zijn eigen volksgenoten dient, die lid zijn in de Nederlandse kerken. Het is moeilijk maar we geloven dat God ons helpt om dit doel te bereiken. Het makkelijkste zou zijn om een Afghaanse kerk te stichten, maar liever zien we kleine, geïntegreerde Afghaanse gemeenschappen binnen de Nederlandse kerken.

Wat doen jullie om dit doel te bereiken?

We bouwen aan relaties en hebben wekelijks online Bijbelstudie. Maandelijks komen we in ons huis bij elkaar. We vieren avondmaal, er is een Bijbelse boodschap, we zingen en bidden. Er is veel tijd voor ontmoeting en eten. Voor Afghanen is het erg belangrijk om bij elkaar te zijn en tijd met elkaar door te brengen. Hiernaast organiseren we een paar keer per jaar een conferentie, zoals onlangs een huwelijksconferentie, en speciale vieringen zoals Perzisch Nieuwjaar en een kerstviering. Ook is het vrouwenwerk zich aan het ontwikkelen en proberen we jongerenwerk op te zetten.

Nieuwjaarsviering Afghaanse gelovigen

Afghanistan staat bekend als een streng islamitisch land. Hoe staan Afghanen in Nederland tegenover het evangelie?

Waar veel duisternis en onderdrukking is, geloven we dat het licht van God nog helderder schijnt. De Taliban zijn de beste zendelingen voor de Afghaanse bevolking. Afghanen vergelijken de liefde en vrijheid die ze hier ervaren met waar ze vandaan komen. Ze staan open om iets nieuws te horen en stellen vragen. We zien dat Afghanen nu veel opener zijn voor het evangelie dan een aantal jaren terug. Zelfs in de twee jaar dat we hier wonen zien we de openheid toenemen. Nu beginnen zelfs de vrouwen met vragen stellen. Ze zien dat in Afghanistan hen al hun rechten ontnomen werden: om te studeren, om te werken. Ze trekken nu hun conclusie: dat kan geen ware God zijn.

“We zien dat Afghanen nu veel opener zijn voor het evangelie dan een aantal jaren terug.”

Waren het hier in Nederland eerst vooral de mannen die tot geloof kwamen?

Dat was meer de trend; de mannen werden christen maar de vrouw bleef dan soms nog jarenlang moslim. Sinds de Taliban-overname zie je een verschuiving: de vrouwen die hier komen, nemen meer hun plek in. Als vrouwen tot geloof kwamen, was het omdat ze hun man zagen veranderen. Nu zie je dat ze ook zelf meer gaan nadenken.

Wat zijn de consequenties als een Afghaan hier in Nederland tot geloof komt?

In Afghanistan loop je als Afghaan zeker levensgevaar als je christen wordt, zelfs vanuit je eigen familie. Maar hier is het ook een grote uitdaging. Als iemand hier tot geloof komt, kan het voor de familie in Afghanistan betekenen dat ze daar levensgevaar lopen. Bij conferenties zorgen we eerst voor een gevoel van veiligheid. Foto’s worden niet gedeeld buiten de groep. We vertellen hen dat er geen mensen komen die hun veiligheid in gevaar brengen. Ik geloof dat er nog veel meer Afghaanse christenen zijn in Nederland, die door angst en wantrouwen nog niet bij ons hebben durven aansluiten.

Er zijn al veel Iraanse kerken in Nederland. Waarom zijn er aparte Afghaanse groepen nodig?

Farsi sprekenden en Dari sprekenden: je kunt denken dat het hetzelfde is, maar het zijn echt twee verschillende talen en culturen. Afghanen kunnen misschien Farsi spreken en begrijpen maar ze zijn niet Iraans. Toen we in Nederland kwamen, zagen we veel Iraanse kerken maar er was niets specifiek voor Afghanen. Afghanen die op zoek waren, werden naar de Iraanse kerk gestuurd. Veel Afghanen zijn in Iran opgegroeid en daar werd erg op hen neergekeken. Ze werden er behandeld als slaven en daardoor is er veel bitterheid in hun hart. Ze gaan niet naar een Iraanse kerk vanwege die pijn die ze nog ervaren. Of als ze het wel proberen, is het vaak van korte duur. Het gevoel van minderwaardigheid onder Afghanen wordt nog versterkt doordat in de oudere generatie velen laag opgeleid of analfabeet zijn, terwijl Iraniërs over het algemeen hoog opgeleid zijn.

In 2021 hadden we in Athene vanuit de Afghaanse kerk een opvangplek voor vluchtelingen. Daar waren een Iraniër en een Afghaan. Ik was goede vrienden met de Iraniër en had hem gedoopt. De Afghaan kenden we als een trouw en dienstbaar lid van onze kerk,  maar op een dag heeft hij de Iraniër neergestoken met het doel hem te doden. Op dat moment werd ik me bewust dat deze afstand tussen Iraniërs en Afghanen gevaarlijk is. We moeten bidden. We kunnen niet naast elkaar dienstbaar zijn in Gods Koninkrijk zolang deze kloof er is. Sindsdien bid ik en verlang ik dat de muren tussen Iraanse en Afghaanse kerken worden afgebroken. Daarom nodigen we Iraanse kerkleiders uit tijdens onze conferenties. We proberen bruggen te bouwen. Bij de afgelopen conferentie baden Iraniërs voor Afghanen en andersom. Iedereen moest huilen, het was een bijzonder moment. Voor de conferentie hadden we een Iraans team gevraagd om te koken en tafels te dekken, zodat het ook voor Afghanen heel zichtbaar werd: in Gods Koninkrijk kan het ook andersom.

Ervaren Afghaanse mensen dat gevoel van minderwaardigheid ook in hun omgang met Nederlanders?

Ik denk het niet. Het is een mooi aspect van Nederland dat men hier niet te koop loopt met baan of educatie. Afghanen zullen daarom waarschijnlijk makkelijker naar een Nederlandse kerk gaan dan naar een Iraanse. Ook al spreken ze de taal nog niet, ze voelen zich daar meer geaccepteerd en gelijkwaardig.

Wat kunnen Nederlandse christenen doen om uit te reiken naar Afghanen en hen welkom te heten in hun kerken?

Een Afghaanse bezoeker zal verwachten in een kerk warm en gastvrij ontvangen te worden zoals in hun eigen cultuur. Het is mooi als je op bezoek gaat bij Afghaanse mensen die in de kerk komen. Dan zullen ze nog meer ervaren: we zijn gelijk, je bent een van ons, je bent waardevol. Het beste advies is om een Afghaanse bezoeker in je kerk te vragen: Zal ik bij jou op bezoek komen of kom je bij mij? Meestal zal het antwoord zijn: kom maar bij mij.

“Zal ik bij jou op bezoek komen of kom je bij mij?”

Wat is belangrijk als we als Nederlandse kerk betrokken zijn bij Afghanen rondom hun doop?

Als er geen taalbarrière is, is het goed als ze verder groeien in die Nederlandse kerk. Als er iemand in de kerk is die een hart heeft voor Afghanen, kan die een relatie opbouwen en onderhouden met die persoon; steeds vragen hoe het gaat, de nieuwe gelovige uitnodigen voor conferenties en Bijbelstudies, en samen met hem of haar er naartoe gaan. Zo’n persoon loopt als mentor mee en staat naast de persoon. Dan zal de Afghaanse persoon ontvankelijker zijn om te willen leren. De Afghaanse christelijke gemeenschap kan daarnaast aanvullend zijn als coach en sociaal netwerk.

Als mensen gedoopt zijn en na een tijdje niet meer naar de dienst komen, hoe kun je dan ontdekken wat de reden is?

Voor Afghanen is het belangrijk dat je die gids blijft, de relatie onderhoudt. Soms hebben mensen gewoon geen zin meer om naar de kerk te komen, soms missen ze de aansluiting. Het kan ook zijn dat ze onbedoeld gekwetst zijn door een opmerking of gedrag van een gemeentelid. Blijf in contact; er kan ook weer verandering in komen.

Hoe kunnen christenen met jullie samenwerken wanneer ze Afghanen ontmoeten?

De beste samenwerking is als Nederlandse christenen de brug kunnen vormen tussen Afghaanse christenen en ons. We kunnen dan kijken of het handig is als die Afghaan ook onderwijs ontvangt binnen onze groep, of dat wij iets kunnen betekenen voor de Afghaan daar in de Nederlandse kerk. Sommige Afghanen willen graag christenen ontmoeten van hun eigen volk, maar anderen blijven liever in de Nederlandse kerk. Dan kunnen we advies geven en ondersteunen. Mensen die geen christen zijn maar serieus zoekend zijn naar het christelijke geloof, mogen naar onze conferenties komen. 

Hebben jullie tenslotte zelf nog iets toe te voegen?

Bid voor ons. De Afghaanse kerk is nog heel nieuw, klein en kwetsbaar als een pasgeboren baby. Die heeft hulp nodig om te groeien. Als je wilt dat het gezond opgroeit en sterk wordt, moet je zorgen dat het de juiste voeding krijgt. Het is de verantwoordelijkheid van de kerk, ook de Nederlandse kerk, om te zorgen dat deze “baby” gezond opgroeit. Er zijn broers en zussen voor nodig. We doen dit werk omdat we verlangen dat de Afghaanse kerk sterk wordt en op eigen benen gaat staan; dat ze tot zegen gaat zijn voor haar eigen volk maar ook voor de omliggende landen en de kerk wereldwijd.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Orientatie (nummer 161, december 2025)

Lees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar gratis thuis te ontvangen.

Sina en Marieke
Naar boven scrollen