Spring naar content

Hoe kijken we naar moslimjongeren?

Publicatiedatum: 27 maart 2026

Moet de samenleving beschermd worden tegen moslimmigranten of moeten moslimmigranten beschermd worden tegen de samenleving? Twee tegengestelde opvattingen strijden vandaag om aandacht.

Onlangs verscheen het rapport Opgroeien als moslimjongere in een polariserende samenleving van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). Volgens het rapport heeft moslimdiscriminatie een structureel en genormaliseerd karakter in onze samenleving gekregen en grijpt die diep in in het leven van moslimjongeren. Negatieve beeldvorming over islam en migratie zou hun gevoel van veiligheid en vertrouwen ondermijnen.

De aanbeveling van het rapport is dat gemeenten, scholen en werkgevers actief moeten werken aan een inclusieve samenleving waarin moslimjongeren zich erkend, veilig en volwaardig voelen: Scholen en opleidingen dienen uitsluiting tegen te gaan. Onderdeel van deze inclusieve benadering is het bespreekbaar maken en, waar mogelijk, facili­teren van religieuze praktijken, zoals toegang tot gebedsruimten.

Uit de colofon blijkt dat het onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid én de ISN Academie. De Islamitische Stichting Nederland (ISN) is het verlengstuk van het ministerie van godsdienstzaken van de Turkse overheid waar 148 Turkse moskeeën in ons land bij zijn aangesloten. Het Turkse ministerie is niet neutraal, maar bevordert de islam. Het is begrijpelijk dat moslims gebedsruimten willen, maar ongepast dat een door onze overheid gesubsidieerd instituut (het KIS) met een dergelijk advies komt.

Het niet aanbieden van een gebedsruimte heeft niets met uitsluiting of onveiligheid te maken. In Marokko en Turkije bieden werkgevers echt niet altijd een gebedsruimte aan of tijd om te gaan bidden op het voorgeschreven tijdstip. Je kunt het immers volgens de regels van de islam later inhalen. Het is juist veiliger om dit niet op school of een werkplek aan te bieden. In niet-westerse culturen ligt er namelijk veel nadruk op conformeren aan de groep. Bekeerlingen die de islam hebben verlaten, zouden onder druk kunnen worden gezet om hun loyaliteit aan de islam te tonen door mee te doen. Een islamitisch ritueel gebed is vergelijkbaar met een kerkdienst. Islamitische scholen kunnen dat aanbieden, maar andere scholen kunnen dat beter niet doen.

Het KIS kwam al in 2023 met een rapport waarin nauwelijks meer ruimte overblijft voor kritiek op de islam als godsdienst en al heel snel gesproken wordt over moslimdiscriminatie of zelfs anti-moslimracisme. Dergelijke onredelijke stellingnames lokken een tegenreactie van conservatieve kant uit en dragen zo juist bij aan polarisatie. Het is beter dat er in onze samenleving ruimte blijft voor inhoudelijke kritiek op levensbeschouwingen en dat we elkaar kunnen aanspreken op onze houding en gedrag. Een aantal moslimjongeren uit in het rapport hun dankbaarheid voor de ruimte en kansen die ze juist in Nederland krijgen, meer dan hun ouders hadden en meer dan in het land van herkomst. Dat lijkt me een terechte constatering. Vergeleken met andere landen is het hier zo slecht nog niet.

Jezus viel op doordat Hij aan de ene kant net als Johannes de Doper het geloof, het denken en handelen van mensen scherp bekritiseerde, maar tegelijk zondaren opzocht, liefhad en zelfs zijn leven voor hen gaf. Dat kan dus samengaan, inhoudelijk kritisch, maar liefde voor de ander die je ontmoet. Die ontmoeting moet er dan wel komen. Als kerk mogen we uitreiken naar moslimjongeren en hen uitnodigen om samen Christus te volgen. Zo doorbreken we hun isolement en ook wijzelf kunnen er veel voor terugkrijgen.


Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Oriëntatie (nummer 162, maart 2026)
Auteur: Cees Rentier.

Lees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar thuis te ontvangen.

Cees Rentier
Naar boven scrollen