Heeft Mohammed wel bestaan?
Volgens moslims is Mekka de oudste stad op aarde, waar Adam en Eva neerdaalden en allerlei profeten begraven liggen. Mohammed zou daar profeet zijn geworden en de Koran hebben ontvangen, precies in de vorm zoals we hem vandaag nog hebben. Volgens Jay Smith weerspreken de historische gegevens dat verhaal.
In juni hadden we een tweedaagse conferentie met dr. Jay Smith en dr. Daniel Janosik. Met name Jay Smith is heel bekend van video’s op YouTube en debatten op Speakers’ Corner in Londen. Sommige christen-apologeten zoals David Wood bekritiseren de inhoud van de Koran en de leefwijze van Mohammed. Jay Smith en Daniel Janosik gaan niet op de inhoud in, maar stellen het islamitische narratief over Mekka, Mohammed en de Koran zelf ter discussie. Hieronder een samenvatting van hun verhaal en een evaluatie.
Mekka
Mekka komt niet voor op enige oude kaart tot eeuwen na het ontstaan van de islam en wordt tot circa 700 niet genoemd in geschriften van omringende volken, terwijl er wel regelmatig wordt verwezen naar omringende steden zoals Khaybar, Jathrib, Taif en Najran. Geografisch gezien is de ligging niet logisch voor een knooppunt van een belangrijke handelsroute. Mekka zou volgens moslims de oudste stad van de wereld zijn waar Adam en Eva neerkwamen uit de hemel (soera 7:24) met het eerste heiligdom dat voor de mensheid werd aangewezen (soera 3:96), de moeder van alle nederzettingen (soera 6:92 en 42:7), waar Abraham, Hagar en Ismaël waren en honderden profeten zouden zijn begraven, maar niets wijst daarop. Mekka lijkt pas vanaf de negende eeuw serieus aandacht te krijgen. Verzen uit de Koran en hadieth over fruit, dieren, water en de nabijheid van andere plaatsen zijn niet te rijmen met Mekka. Bij bouwwerkzaamheden in Mekka is geen archeologisch bewijs gevonden voor een vroegere bewoning dan de 6e eeuw. De gebedsrichting (qibla) van moskeeën van vóór 715 zou niet richting Mekka, maar richting Petra of Jeruzalem zijn geweest. Kalief Abd al-Malik (685-705 AD) zou Mekka de centrale religieuze betekenis hebben gegeven die het daarvoor niet had.
Mohammed
Het leven van Mohammed werd volgens moslims voor het eerst beschreven door Ibn Ishak (707-773), die was geboren en getogen in Medina. Dit werk Sīraat rasoel Allah(het leven van Gods boodschapper) is echter niet bewaard gebleven en dat roept de vraag op of het wel heeft bestaan. De bekende Engelse uitgave van Alfred Guillaume veronderstelt een directe vertaling van Ibn Ishaks werk, maar in werkelijkheid gebruikte deze Britse islamoloog een werk van Heinrich Ferdinand Wüstenfeld. Deze Duitse oriëntalist verzamelde in de jaren 1858–1860 Arabische manuscripten uit diverse Europese bibliotheken om daaruit een veronderstelde tekst van Ibn Ishak te compileren. Het is dus een visie op het leven van Mohammed van een Europeaan uit de 19e eeuw in plaats van een Arabier uit de omgeving van Mekka in de 7e eeuw! Ibn Hisham, die in Basra en Cairo woonde en stierf in 840, stelt dat hij de levensbeschrijving van Ibn Ishak heeft opgenomen in zijn eigen boek As-siraat an-nabawijja (Het leven van de profeet), waar wel twee bewerkte versies (recensies?) van bewaard zijn gebleven. Dat is nog steeds opmerkelijk laat, twee eeuwen na de dood van Mohammed en op grote afstand van Mekka en Medina. De hadiethverzamelingen die op meer indirecte manier over Mohammeds leven informeren zijn van nog latere datum. Hoe vreemd dat is, wordt duidelijk als je het vergelijkt met de bronnen over het leven van Jezus op aarde. Die verschijnen in geschreven vorm binnen 15-60 jaar na zijn hemelvaart in dezelfde regio, terwijl de ooggetuigen nog leefden. Er zijn fragmenten daarvan bewaard uit de tweede eeuw. Dat moslims dergelijke bronnen niet hebben, roept grote vragen op over de betrouwbaarheid van levensbeschrijvingen van Mohammed. Kritische wetenschappers stellen de vraag of het niet later is verzonnen en grotendeels een vorm van hagiografie is (heiligenverering). Tussen de 9e en de 14e eeuw schrijven moslims verschillende verhalen over Mohammed, maar er is geen levensbeschrijving die door alle moslims wordt geaccepteerd. Er zijn wel enkele fragmentarische verwijzingen van christelijke schrijvers uit de 7e eeuw naar een profeet met de naam Ma(h)med. Volgens Jay Smith verwijzen die, net als de vier keer dat het woord MHMD in de Koran voorkomt, naar een Joodse of christelijke leider of Messiaanse figuur. MHMD kan ook ‘gezegende’ of ‘gezalfde’ betekenen. Volgens hem was er veel in beweging onder Joden en christenen in de zevende eeuw en ontstond de islam als aparte godsdienst pas aan het begin van de achtste eeuw.
Koran
Mohammed heeft volgens de islamitische traditie niet zelf de Koran opgeschreven. Zijn leerlingen zouden onthouden hebben wat hij doorgaf van de openbaringen die hij van 610-632 via de engel Gabriël kreeg en het later hebben opgeschreven. De kaliefen Aboe Bakr en Oethman zouden het verzameld hebben en samengevoegd tot de Koran die we nu kennen. Oethman zou 5-8 verschillende moeshaf (codices) hebben gemaakt en verspreid. Moslims claimen dat de tekst die ze nu gebruiken exact dezelfde is als Mohammed van Gabriël kreeg. Sinds 652 zou die niet meer veranderd zijn. Het zou gaan om een tekst die al van eeuwigheid bestond in de hemel als de moeder van het boek en de welbewaarde tafel. Van de 5-8 verschillende moeshaf van Oethman is er echter niet één bewaard. Dat is vreemd. Waarom niet? De meeste oude Koran manuscripten zijn van ná de zevende eeuw. De gevonden manuscripten laten ook tekstuele verschillen zien. In de negende eeuw werden er zeven verschillende lezingen (kiraat) van de Koran vastgesteld en dat werd in de 15e eeuw uitgebreid tot tien verschillend lezingen. Vervolgens zijn er van elk van deze tien kiraat steeds twee riwaja (overleveringen) en in totaal dus 20 riwajaat waarvan de bekendste en meest gebruikte die van Hafs en Warsh zijn. In 1924 werd er in Cairo een veelgebruikte standaardtekst van de Koran vastgesteld, waarbij men keuzes moest maken i.v.m. de duizenden verschillen in de toen bestaande versies. Jay Smith ontdekte dat er vandaag wereldwijd nog steeds circa 30 verschillende versies van de Koran in het Arabisch worden verkocht door moslims, met duizenden kleine verschillen. Dat ondermijnt de islamitische claim dat het een eeuwige ongewijzigde tekst zou zijn.
Evaluatie
Het is buitengewoon opmerkelijk dat er zo weinig historische bronnen zijn over de periode van het ontstaan van de islam. De christelijke bronnen zijn zeven eeuwen ouder en moesten bewaard worden onder hachelijke omstandigheden van onderdrukking, terwijl moslims geld en macht hadden en hun eigen documenten zonder bedreiging konden vermenigvuldigen en bewaren. Waarom hebben ze dat niet gedaan? Als moslims elke kans benutten om de betrouwbaarheid van de christelijke traditie te betwijfelen, is het legitiem om te vragen of er wel historische bronnen zijn die het islamitische narratief ondersteunen. Die vraag kan moslims helpen te zien dat de Bijbel historisch veel geloofwaardiger is dan het klassieke islamitische verhaal over Mohammed en de Koran. Was er dan helemaal geen profeet met de naam Mohammed in Mekka tussen 610-632 en geen verzameling van Arabische religieuze teksten kort erna? Misschien toch wel, maar niet volgens het ideaalplaatje dat moslims er later van gemaakt hebben en dat de basis is geworden van de islam. De geringe kennis van de Bijbel die de Koran laat zien, past eigenlijk goed bij een start in een onbetekenend klein plaatsje als Mekka op grote afstand van de christelijke centra. Vanwege onbetrouwbare bronnen weten we er ook veel minder over dan de islamitische traditie suggereert. Reden te meer om de Koran en het leven van Mohammed niet in de plaats van de Bijbel te stellen.
Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Oriëntatie (nummer 164, september 2026)
Lees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar thuis te ontvangen.
Video’s Apologetiekconferentie 2026
De lezingen van de Apologetiekconferentie zijn terug te kijken op ons Youtube kanaal.