De vertrouwde stem van de Vader
In gesprek met Nabil en Anne
Nabil groeide op in een moslimgezin in Saoedi-Arabië en Jemen. Op twaalfjarige leeftijd kwam hij naar Nederland, gebroken door trauma’s en twijfelend aan God. In zijn verhaal van al maar groeiende hopeloosheid is het de stem van God die ommekeer, leven en hoop brengt.
Opgegroeid in een moslimgezin
Nabil: “Ik kom uit een Somalisch gezin met zeven kinderen. Ik ben in Saoedi-Arabië geboren en ben islamitisch opgevoed. Op school kregen we onderwijs uit de Koran. Mijn vader ging naar de moskee en nam ons soms mee. Als kind doe je dan wat iedereen doet. Ik weet nog dat ik bij het gebed knielde, met mijn hoofd op de grond en probeerde te voelen wat anderen voelden. Ik voelde twijfel maar kon er niet de vinger op leggen wat dat was.”
Teleurgesteld in God
“Toen ik tien jaar was, verhuisden we naar Jemen. We leefden van het laatste spaargeld van mijn vader en er was armoede. Thuis kwamen er moeilijkheden. Ik ging niet meer met plezier naar school en stortte me in het gamen. Ik had God gebeden om hulp, maar de situatie verslechterde juist. In Jemen heb ik erge, traumatische ervaringen meegemaakt: misbruik, martelingen en daardoor een bijna-dood ervaring. Daarna geloofde ik niet meer dat God kon bestaan. Ik maakte een bewuste keuze: U was er niet, dus nu ga ik zelf verder.”
Naar Nederland
“Op een dag kwam ik uit school en hoorde van mijn ouders dat ik over drie uur met mijn tante en oudere broer naar Nederland zou gaan. Mijn ouders hoopten dat het gezin later herenigd zou worden, maar dat is nooit gelukt. Veel later zijn alleen nog één broer en zus gekomen.
Ik was twaalf toen ik naar Nederland kwam. Ik ging naar de middelbare school en begon daarna bij Defensie. Bij mijn uitzending naar een crisisgebied maakte ik zeer heftige dingen mee. Daarna ben ik in een depressie terecht gekomen. Ik probeerde alles te ontvluchtten en ging steeds meer drank gebruiken. Ik werd een jaar buiten Nederland gestationeerd en daar ben ik aan de drugs geraakt. Door de drugs ervoer ik verlichting, maar het had me gelijk in de greep.”
Ontmoeting met God de Vader
“Ik had vragen naar God toe. Waarom moest ik al dit lijden meemaken? Ik begon mijn zoektocht bij de islam, want ik dacht: misschien is dit me allemaal overkomen omdat ik de islam verliet. Maar de islam gaf me alleen maar nog meer angst. Een zoektocht binnen het boeddhisme gaf ook geen rust. Ik had een tv op mijn kamer en daarop was het programma De Verandering. Daar hoorde ik veel getuigenissen over de Here Jezus. In eerste instantie dacht ik: die mensen zijn gek geworden. Vanuit islam wordt gezegd: als je gelooft in Jezus als God dan word je veroordeeld. Maar op een avond dacht ik: laat ik het toch maar proberen. Ik heb toen gebeden tot de Here Jezus: Als U bestaat, laat mij zien welke weg ik moet gaan, islam of christendom. Kort daarna kreeg ik een aanraking van God. Ik wist meteen dat het God de Vader was die duidelijk tot me sprak in mijn gedachten: “Wees niet bang, Ik zal met je meegaan, Ik zal je helpen en Ik zal je sterken. Houd mijn rechterhand vast.” Ik ervoer zoveel vrede, liefde en blijdschap. Ik had tot die tijd God nooit als een vader gezien. Vanuit de islam kende ik dat niet. Het was bijzonder dat ik Hem meteen herkende als mijn Vader en dat Hij mij al kende. Zo vertrouwd.”
Ik herkende Hem meteen als mijn Vader. Zo vertrouwd.
Vallen en opstaan
“Ik was vervuld met vrede en blijdschap. Maar na een paar dagen kwam de depressie terug en begon ik te twijfelen: was het wel echt? Mijn depressie werd nog erger, ik had geen hoop meer. Ik deed een poging om uit het leven te stappen, maar God zij dank heb ik dat overleefd. Wonderbaarlijk ben ik de volgende dag toch wakker geworden. Dat was een schok, maar ik wist ook: God heeft toch nog een plan met mijn leven. Ik meldde me aan bij de vertrouwenspersoon van Defensie, een predikant. Ik deelde mijn verhaal en vroeg om een bijbel. De dag erna zag ik weer een aflevering van De Verandering, over een jongen die vergelijkbaar trauma had meegemaakt als ik. Hij was tot geloof gekomen en zijn verhaal raakte me. Ik begon in de Bijbel te lezen.
Ik kwam terug in Nederland. Ik ervoer Gods vrede als ik in de Bijbel las, maar daarnaast was er depressie en verslaving. Ik ervoer in mijn gedachten een geestelijke aanval vanuit de islam, die zegt: Als je gelooft in Jezus als de Zoon van God, dan ga je naar de hel. Ik werd continue geestelijk gekweld en had nachtmerries. Twee jaar lang kwam ik thuis te zitten. Ik was alleen en geïsoleerd. Ik ging een paar keer naar een kerk. Dat vond ik bijzonder, ik werd daar wel geraakt. Het was een periode van veel vallen en opstaan.”
God de Zoon
“Na die twee jaar kwam er opnieuw een breekpunt. Op Goede Vrijdag heb ik op mijn kamer weer gebeden tot God: Heer Jezus, ik wil graag geloven, maar ik ervaar ook veel twijfels vanuit de islam. Laat mij zien welke weg het is. Kort daarna kreeg ik weer een aanraking, twee jaar later, precies hetzelfde als de eerste keer. Ik ervoer weer zoveel liefde, vrede, genade. Ik wist dat het nu God de Zoon was, Jezus Christus, die tot me sprak, met dezelfde woorden: “Wees niet bang, ik ben met je. Ik heb je geholpen de afgelopen periode.” Ik zag een soort beeld, een visioen van al die momenten dat God al in mijn leven aanwezig was …Toen ben ik tot bekering gekomen. In de kerk ben ik neergeknield bij het kruis. Daar heb ik gezegd: Ik geloof dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is en ik wil mijn leven aan Hem geven. Twee maanden later ben ik gedoopt. Pas later ontdekte ik dat wat ik hoorde toen God mij aanraakte, letterlijk uit de Bijbel kwam. Dat gaf mij ook de zekerheid dat het echt van God was. Het staat in Jesaja 41:10: ‘Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand…’ Pas later leerde ik Wie aan de rechterhand van God is: Jezus Christus. Dat nam al mijn twijfel weg.”
Pas later ontdekte ik dat wat ik hoorde toen God mij aanraakte, letterlijk uit de Bijbel kwam.
Een serieuze verkeringstijd
Anne: “Ik had over Nabil gehoord via een moslimcollega op mijn werk. Ik ging naar de doopdienst en feliciteerde Nabil met zijn doop. Zo zijn we in contact gekomen. Nabil nodigde mij uit om met zijn groepje samen naar de kerk te gaan. We kwamen als groep bij elkaar thuis en deden samen Bijbelstudie. Nabil was helemaal vol van God. Ik werd geraakt en aangespoord door zijn verhaal.
Nabil was ondertussen gediagnostiseerd met PTSS en had meerdere behandelingen achter de rug. We kregen verkering, maar de terugvallen werden frequenter. We gingen samen naar de gesprekken bij verslavingskliniek, samen naar het Veteranenloket voor ondersteuning. Het was een heel serieuze verkeringstijd. Het jaar na de doopdienst zijn we getrouwd en de periodes van terugvallen werden steeds korter.”
De Koran met christenogen
Anne: “Nadat Nabil christen werd, is hij de Koran opnieuw gaan lezen, nu met christenogen. Nu kon hij echt zien wat er niet klopte.”
Nabil: “In het begin vond ik het heel moeilijk om de Bijbel in het Arabisch te lezen omdat het lezen van het Arabische woord voor God, Allah, mij verwarde vanuit de islam. In de beginjaren las ik daarom de Bijbel in het Nederlands. Later kwamen we bij ICF en kon ik meer onderscheid maken tussen de Allah van de islam en de God van de Bijbel. Toen las ik opnieuw de Koran en het was schrikwekkend wat ik daar allemaal las, nu mijn ogen geopend waren. De kernboodschap van Jezus en zijn verlossing wordt weggeroofd en verloochend. Dat God geen Vader kan zijn, dat Jezus geen Zoon kan zijn. Dat het absurd zou zijn dat Hij aan het kruis stierf. Als je met de islam bent opgegroeid, is het heel moeilijk om te erkennen dat dit wel de waarheid is.”
Familie
Nabil: “Op de dag dat ik gedoopt werd, stuurde ik mijn familie een bericht en zette mijn getuigenis op Facebook. In eerste instantie wisten ze niet hoe ze ermee om moesten gaan. Ze dachten dat het misschien een fase was. Nu zien ze wel dat dat niet zo is. Door Gods genade hebben we nog steeds contact. Tijdens de Rabita-conferentie[1] is mijn getuigenis opgenomen en die video heb ik gedeeld met mijn familie. Ik heb de meeste familieleden een bijbel gegeven. Ze namen die wel aan maar we weten niet wat er daarna mee is gebeurd.”
Proces
Nabil: “In de loop van de jaren heeft de Here mij geleerd om te vergeven. Zelf heb ik ook anderen gekwetst. Ik had me helemaal van God afgekeerd en deed alles wat God verboden heeft. Ik was van God los. Ik voelde me daarom ook zo wanhopig en onwaardig om verder te leven. Ik heb met God samen door al die dingen heen gewerkt en genezing ontvangen. Het was een heel proces.”
Anne: “Dat is het ook nog steeds: we mogen groeien en leren. Nog steeds maken we fouten. We moeten omgaan met een bepaalde vorm van gebrokenheid die er nog steeds bestaat.”
Nabil: “Ik ben dankbaar dat de Heer mij heeft genezen en hersteld. Maar sommige dingen heeft Hij niet weggenomen. Ik heb nog steeds last van nachtmerries, vermoeidheid, spanning. Ondanks dat ben ik dankbaar voor Gods genade die ik voor elke dag mag ontvangen. Hij is met me. Ik kan het nu bij God neerleggen.”
God gebruikt alles
Anne: “Voor ons trouwen hebben we kennis gemaakt met de Somalische kerk. We zijn heel dankbaar dat we onze Somalische broers en zussen van dichtbij mogen meemaken. Ook doet Nabil de Arabische vertaling in de ICF en zo worden er bezoekers van het AZC bereikt. We zien hoe God alles gebruikt.”
We zien hoe God alles gebruikt.
Nabil: “Sinds vorig jaar doen we ook mee met de Arabische Rabita-conferentie. De laatste jaren komt het Arabisch meer terug, de associatie met de islam is er af. Ik zing nu Arabische aanbiddingsliederen en dat komt meer binnen dan Nederlandse liederen.
Anne: “In de laatste paar jaar gaat het beter met Nabil en met ons. Daarvoor was het vooral overleven. Nu is er meer rust en hebben we de kracht om wat te kunnen geven.”
Nabil: “Ik heb me aangemeld voor de Filippus-opleiding[2] van Evangelie & Moslims. Het verlangen is gegroeid om dat te doen. Een stuk of vijf mensen uit heel verschillende hoeken vroegen of dat niet iets voor mij was. Voor mij was dat een duidelijk teken dat nu de juiste tijd is.”

Wonderbaarlijk
Nabil: “Ik ben een compleet ander mens geworden. Het is zo wonderbaarlijk om God in je leven te hebben. Gods woord is een schat die we hebben. Dat is zo belangrijk om uit te delen. In Openbaring 2:25 staat: ‘Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom.’ We mogen vasthouden aan Gods woord totdat Jezus terugkomt. Er mag geen dag voorbij gaan zonder dat we het lezen en horen. Ik heb Gods genade leren kennen en dat gun ik mijn familie en alle moslims. Dat ze zien hoe ernstig de dwaling en misleiding is. Gods genade en verlossing is ook voor hen. Ik hoop dat er voor moslims een soort exodus mag komen zoals die uit Egypte, dat zij bevrijd mogen worden uit de macht van de islam. Dat ze mogen zien wie Jezus is voor hen. Daar blijven we voor bidden.”
[1] De Rabita-conferentie is een jaarlijkse conferentie van Evangelie & Moslims voor Arabischtaligen
[2] Praktisch-theologische deeltijd opleiding tot evangelist voor christenen met een moslimachtergrond
Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Orientatie (nummer 162, maart 2026)
Auteur: Aukje Paine-HuismanLees meer artikelen uit Oriëntatie online en/of meld u aan om het blad 4x per jaar thuis te ontvangen.